HANS ITTMANN In 1955 werd de Liga Nieuw Beelden, opgericht in het Amsterdamse Museum Fodor, vrij snel daarop gevolgd met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum. 'De groep is van mening', stelde het oprichtingsmanifest, 'dat de waarden van de nieuwe ideeën omtrent kunst en samenleving allen proefondervindelijk te bewijzen zijn en zij ziet daarom haar eerste taak in het organiseren van demonstratieve tentoonstellingen. Een demonstratieve tentoonstelling is een gemeenschappelijk werkstuk van architecten, vrije kunstenaars en ontwerpers, dat gestalte geeft aan de ideeën, die in onze samenleving leven. De bedoeling van zulke tentoonstellingen is, de belangstelling van overheid en publiek te leiden in die zin, dat aan de hand van het geëxposeerde experiment plannen kunnen worden beraamd voor reële projecten. Dit brengt met zich mee dat een tweede taak van de Liga gelegen zal zijn in het organiseren van gesprekken tussen stedenbouwers, architecten, beeldhouwers, schilders en ontwerpers onderling zowel als in combinatie met Ittmann is een schoolvoorbeeld geweest van een beeldend kunstenaar, die zich niet wenste vast te leggen op een specialisme, maar zich op verschillende terreinen bewoog. Hij was een autodidact, maar een gedrevene, die bewust afstand nam van zijn milieu en maatschappelijke positie om met een ware bezetenheid zich te wijden aan zijn grote liefde: de beeldhouwkunst en schilderkunst.

Hij werd op 5 januari 1914 in Waalwijk geboren en niets wees er op dat hij zich later als vrij kunstenaar zou vestigen. Hij ging studeren voor notaris, zoals zijn vader was en zijn grootvader. In 1941 brak hij de studie af. Of de oorlogsomstandigheden hebben meegewerkt aan de vorming van dat besluit is onbekend. Wel weten we dat de jonge Hans Ittmann al vanaf
het midden van de jaren dertig in een klein atelier aan de Amsterdamse Looierstraat schilderde. Typerend werk voor de  jaren dertig, in overwegend gedempte tonen gehouden en anekdotisch van onderwerp. Pas tijdens de oorlog, nadat hij zijn studie had afgebroken, voegde hij een nieuw element aan zijn creatief vermogen toe: hij ging beeldhouwen. Daartoe nam hij lessen van Stouthamer, een man die zich veel op het gebied van de monumentale kunst heeft bewogen, door middel van mozaïeken, glas-in-loodramen en grote beeldhouwwerken. Ittmann overigens was niet zijn enige leerling. Het beeldhouwwerk uit die eerste jaren was figuratief gericht, vrij speels van opzet, zoals we dat ook zien in zijn schilderijen en aquarellen uit die jaren.
Zijn productie was indrukwekkend. Hij spaarde zichzelf niet; met een tomeloze inzet ging hij aan het werk en omdat hij van zichzelf voldoende geld had, gebruikte hij daartoe de beste materialen. Het werk dat hij in die oorlogsjaren maakte vertoonde een duidelijke invloed van Campendonck, de grote  hoogleraar voor de jonge Amsterdamse schilders uit die dagen. Het moet overigens wel een afgeleide invloed zijn geweest, want Ittmann heeft nooit les gehad van Campendonck en vermoedelijk nam hij diens sierlijke gestileerdheid over van diens leerlingen die in grote getale in Amsterdam aanwezig waren en met wie Ittmann in die jaren nog veel contact had. Hij verbleef in die oorlogsjaren ook enige tijd in Zeeland, waar hij zijn vrouw leerde kennen,
de pianiste Geertruida Kuipers. Na de oorlog vestigden zij zich eerst op de Keizersgracht, later op de Groenburgwal, hoewel Ittmann daarnaast nog een tijdje een atelier aanhield in de Warmoesstraat.
Hij vroeg en kreeg in 1946 een studiebeurs van de Franse regering. Hij had die beurs niet nodig omdat hij zelf vermogend was, maar door het uitvoerverbod van deviezen was het noodzakelijk dat hij in Frankrijk zelf over geld kon beschikken. In 1946 trok hij daarom naar Parijs, waar hij met enkele onderbrekingen  tot 1949 verbleef. Hier kwam hij in contact met de schilders van wie we later zouden stellen dat ze tot de Ecole de Paris behoorden.
De figuratie raakte hij voor een poosje kwijt. Met veel overgave stortte hij zich in het avontuur van de abstractie. Aanvankelijk ingehouden, met strenge lijnen en in een somber palet. Pas later brak zijn energieke wijze van schilderen door en ging hij soms ten onder in ware orgiën van kleur en lijn. Het probleem van een beoordeling van lttmann's werk is de datering. Hij wenste zijn werken niet van een datum te voorzien en omdat hij soms vooruit liep op zijn eigen ontwikkeling, en een andere keer vanuit een intens schilderplezier teruggreep op een vormentaal die hem zoveel eerder een groot genoegen verschafte, is het haast ondoenlijk zijn werk in periodes te rubriceren. Naast het abstracte werk dat in Parijs ontstond tekende en aquarelleerde hij ook de stad, in vlotte, technisch handig opgezette, lijnen. Het was duidelijk dat hij technisch onderricht had gekregen, een gevolg van de toegestane studiebeurs die hij benutte voor het volgen van lessen op de Ecole des Beaux Arts. Daarnaast nam hij lessen van Zadkine. Zijn beeldhouwwerk, hoe belangrijk ook, blijft echter bij deze inleiding, zoveel mogelijk buiten beschouwing.
Toen hij in 1949 terugkeerde naar Nederland en zich blijvend in Amsterdam vestigde, bleek hij snel tot de eerstelingen te behoren van het nieuwe experiment, Zijn stijl van werken was echter te Frans om zich thuis te voelen te midden van het geweld van Cobra. Het werk wat hij liet zien op de grote tentoonstelling 'Mijlpaal 1950' (de belangrijkste reden voor zijn terugkeer naar Nederland) toonde dat ook wel aan. Hij voelde zich meer aangetrokken tot
de tegenstroom van Cobra, zoals zich dat toonde in de groep rond 'Vrij Beelden', waarin hij zich actief weerde. Hem zal ook hebben aangesproken dat de vereniging vooral internationale kontakten voorstond, zoals met de Réalistes Nouvelles in Frankrijk en de Jeune Peinture in België. Hij behoorde mede tot de zwaar aangevallenen zoals in een artikel van Prange in Het Parool, waarin hij stelde: 'Wat mij daar het eerste trof is wel, hoe merkwaardig het is, dat deze kunstenaars, die (o.a. in een manifest) een 'vernieuwde eenheid tussen kunst en leven' als ideaal stellen, zich met hun werk juist zo volkomen van het leven afwenden.
Het leven heeft niets meer te maken met deze bedenksels, die eensdeels inhoudsloos zijn, anderzijds zo individualistisch of verstard-dogmatisch of alleen maar een (lang niet mooi) zinloos spel van vormpjes en kleurtjes, dat haast niets beters dan deze tentoonstelling de kloof, die er tussen kunst en maatschappij bestaat, kon demonstreren'. Prange heeft wel ongelijk gekregen, al zal zijn opmerking terecht zijn geweest ten aanzien van enkele individuele kunstenaars.
De tijd heeft geoordeeld en zal nog oordelen over de waarde van elk der individuele kunstenaars die deel hebben uitgemaakt van de groepe-ring der experimentelen. Vanuit 'Vrij Beelden' werd gepoogd, en Ittmann met name heeft zich daarvoor met hart en ziel ingezet, de muren tussen de verschillende groepen te slechten en te komen tot de oprichting van een grote werkgemeenschap. De diversiteit in de uitnodigingen aan de aspirant-leden getuigt daar ook van. Als ooit is aangetoond dat groepsvorming gevaarlijk kan zijn voor de beoordeling van de individuele kunstenaar heeft de kunstgeschiedenis van de twintigste eeuw dat wel geleerd. Wie zich in een groep wist te nestelen kon zich optrekken aan de sterkste broeders. Schilders, die als onafhankelijk kunstenaar ten onder zouden zijn gegaan, hebben nu hun naam en reputatie kunnen redden door de golf van publikaties die hun groep trof en daarmee hun zelf. Wie bijvoorbeeld Abstraction Création bestempelt als een der belangrijkste groepen in de abstrakte schilderkunst spreekt de waarheid, maar liegt als alle leden van de groep meedelen in die belangrijkheid.
Wie aan Cobra een geur van heiligheid meegeeft doet daarmee de belangrijke experimentelen die zich afzijdig hielden van deze revolutionaire storm, onrecht
.
Maar het kan ook anders werken. Wie zich buiten de groep plaatst, treft meestal het lot van de verstotene; hij raakt geïsoleerd en alleen de heel sterken weten dit isolement te doorbreken. Ittmann hoorde daar qua karakter niet toe. Hij had een navolgbaar talent om zich van andere te vervreemden door het opzoeken van conflicten. De Liga Nieuwe Beelden waarin hij in aanvang een zo’n belangrijke rol speelde, zou niet de plek zijn waar hij en zijn werk zou thuis voelen. Hij verliet met grote ruzies de vereniging en van af dat moment was hij op zichzelf aangewezen voor wat expositie mogelijkheden betreft. Door het ontbreken van enige financiële prikkel jaagde hij die expositiemogelijkheid ook niet zo na. Het enige wat hij begeerde waren mogelijkheden voor monumentale opdrachten die hij dan ook verwierf. Zijn vrije schilderwerk zou daarnaast blijven staan. Naar buiten trad hij met zijn beeldhouwwerken, waaronder een werk voor het zendergebouw van de Wereldomroep in Lopik en een voor de Technische Hogeschool in Eindhoven. In zijn abstracte schilderijen werd hij steeds heftiger met duidelijke invloeden van de nieuwe Amerikanen.

In zijn figuratieve werken, met als thema vrouwen en strandgezichten, was hij Franser georiënteerd. Als hij zijn werk al eens exposeerde dan was het het figuratieve werk, alsof hij het andere werk geheel voor zichzelf wilde houden.
Een van de weinige exposities die hij hield was in 1965 in 't Venster in Rotterdam, waarover 'De Tijd-Maasbode' ondermeer schreef: 'Ittmann spuit zijn verf uit de tuben op zijn doek. Hij doet dit met vaste hand zodat er speelse lijnen in relief ontstaan die zijn geliefkoosd onderwerp: de vakanties, de vrije tijd als vrolijke guirlandes in frisse kleuren blauw, rood en groen omlijsten. De stranden raken la Dufy bevolkt met ijle figuurtjes die hij ook wel eens door elkaar laat lopen en die hij dan kudden noemt'. En zijn collega Piet Begeer in Het Vrije Volk: 'Men kan tussen de schilderijen, de beeldhouwwerken en de keramiek moeilijk een onmiddellijk navoelbaar verband bespeuren, Er is vooral tussen de schilderijen en het andere werk een kenmerkend verschil. De schilderijen zijn schetsmatige ver-beeldingen van mensen in de natuur en uitgesproken naturalistisch, zowel in de compositie als in de vormgeving van de figuren. Niettemin zijn ze pittig gedaan in een pittige kleur, en een directe, persoonlijke techniek'. Begeer heeft daarin gelijk en hij zou nog meer gelijk hebben gekregen als het abstracte werk bij de beschouwing zou zijn betrokken, zoveel vrijer en heftiger is dan het afstandelijke strenge beeldhouwwerk . De laatste jaren van zijn leven besteedde Ittmann enkel nog aan werken en het maken van verschillende reizen, ondermeer naar Afrika, waarvan overigens geen weerslag in zijn werk te vinden is.
Op 12 november 1972 stierf hij geheel onverwachts, een omvangrijk oeuvre achterlatend. Nu, tien jaar later, wordt dat deel van Ittmann's werk dat hij tijdens zijn leven aan de ogen van de beschouwer had onttrokken, getoond. Het blijkt een veelzijdige Ittmann te zijn, die een sterk persoonlijke plaats heeft ingenomen in de naoorlogse schilderkunst.

Adriaan Venema.
Biografie door Adriaan Venema ivm expositie Webert Art