HANS ITTMANN Schilder - Beeldhouwer 1914 - 1972
door Norbert Roovers

Hans Ittmann wordt in 1914 te Waalwijk, als zoon van een bemiddelde notaris, geboren. Het vak waarvoor ook hij, in de voetsporen van zowel vader als grootvader tredend, tot 1941 zal studeren.
Hoewel hij reeds in de jaren dertig schilderde, neemt hij in 1941 les bij de beeldhouwer Cephas Stauthamer, wiens eerste leerling hij is en met wie hij in die oorlogsjaren zeer verweven raakt. Ook leert hij dan in Zeeland Geertruida Kuipers kennen, met wie hij trouwt.

Op de eerste na-oorlogse expositie KUNST IN VRIJHEID stelt hij twee stenen beelden tentoon

Vanwege de onmogelijkheid deviezen uit te voeren, werft hij naar een Franse studiebeurs, die hij verkrijgt samen met Siep van de Berg en Henk Peters.

Tevoren was hij met Juul Neumann lid geworden van de expositie vereniging De Onafhankelijken, in de veronderstelling dat deze vereniging door het militair gezag gezuiverd zou worden (het niet- doorgaan daarvan zou mede een aanleiding worden voor de expositie 12 Schilders, SMA 1946).

Van 1946 tot 1948 studeert hij in Parijs aan de ‘Ecole des Beaux Arts’ bij de beeldhouwer Gimondeau en werkt een tijdlang op het atelier van Zadkine.
Uit overtuiging laat hij de figuratie los en ”raakt betrokken bij het avontuur van de abstractie” (Venema). En, hoewel geen lid van Vrij Beelden wordt hij regelmatig in dat rijtje geplaatst (Hunziker, Ouborg, Hussem, Sinemus), als een der abstracte kunstenaars die zich expressionistisch orienteerden (Venema 1981, van Doorn 1989, Doorbraak 1984).

Evenals Cobra-leden orienteert Ittmann zich tevens op destijds-zo-geheten ”primitieve” kulturen, getuige diverse collages, beelden en titels van werken.
Voor 1950 keert hij met Trui, die in Parijs piano studeerde, terug naar Amsterdam, t.g.v. de tentoonstelling ‘Mijlpaal’. Hij wordt dan uitgenodigd voor de groep Creatie; de vereniging voor Absolute Abstractie, wier kunst ”uitsluitend met de eigen middelen tot de kijker wil spreken” (inleiding Synthese). Zo poogden de leden het vlakke karakter van het schilderij te respecteren en een vorm van beeldhouwkunst na te streven, die door ”een eerlijke toepassing van het materiaal zou worden gekenmerkt en erop gericht was de ruimte tot een begrip te maken” (Vouwblad Creatie, 1951).
Zelf zal hij in een bespreking uit 1951 formuleren, dat ”beeldhouwers … alleen daar kunstenaar zijn waar hun creatieve impuls en het werktuig hunner schepping tot één geheel zijn geworden in de abstracte realiteit van het kunstwerk”. (Forum, 1951).

En, vooral bij abstracte kunstenaars als Ittmann, ”hebben de door Creatie geformuleerde kenmerken van de absolute schilder en beeldhouwkunst ertoe geleid dat zij in de loop van de jaren ’50 een toenemende belangstelling ontwikkelen voor de formele eigenschappen van vorm, kleur en lijn”. (Brethouwer, Synthese).
Hans Ittmann is dan een emotionele, impulsieve man, die graag plots op reis gaat, stimulator van een wekelijkse tekenclub (met o.m. Neumann, Crouwel, v.d. Heide, Strijbosch), die 20 jaar zal blijven bestaan en waarin hij uitblonk door zijn snelle werken en door het voortdurend uitnodigen van gasten die ”van belang zijn” voor het verwerven van monumentale opdrachten (Neumann, 30-3-1990)
.
Hij maakt in deze jaren beelden van hout, met doorboringen, terwijl zijn schilderijen zich kenmerken door sobere, geometrische vormen en lijnen, waarna schilderijen volgen met scherpe, op papier-snippers gelijkende vormen, steeds op een fel gekleurd fond. Ook maakt hij in deze jaren beschilderde plastieken en ceramiek, gevolgd door metalen assemblages.

In 1954 onderhandelt Ittmann als de ‘verrader’ van Creatie met Wim Kersten over een fusie met Vrij Beelden, waarvoor de aanwezigheid van Willy Boers zal worden opgeofferd. Ittmann wordt de eerste - tijdelijke-voorzitter, die in 1955 in Fodor de feestelijke openingsrede zal houden voor de Liga Nieuw Beelden.
Waar hij in de Liga in konflikten verzeilt, zal dit met grote regelmaat betrekking hebben op het verwerven van reeële (monumentale) opdrachten, i.t.t. bijv. Volten. Met van der Heide is Ittmann een fel pleitbezorger van de Liga als belangenvereniging voor concrete opdrachten (i.t.t. de Ned. Beeldhouwerskring). Ook raakt hij in konflikt (van Kruiningen) over zijn voortdurende lidmaatschap van een andere expositie-vereniging St. Lucas. Ook is er bonje met het bestuur van de Liga over de toelating - als werkend lid- van jonge architekten i.p.v. gevestigden, als Merkelbach (tevens familie).

Zijn energie steekt hij ook in de werkgroep Stedelijke Ruimte, die concrete plannen aflevert die in Amsterdam uitgevoerd kunnen worden.
Hij zal dan ook meerdere monumentale opdrachten uitvoeren, zowel in expressieve trant, als later in een meer constructivistische stijl.
Omstreeks 1960 raakt hij in de ban van de nieuwe Amerikaanse schilderkunst (Pollock) en maakt hij meerdere zeer felle doeken. Aan het eind van zijn leven keert hij terug naar (gedeeltelijke) figuratie.
In 1972 overlijdt hij aan een hartaanval (hij leed ook langdurig aan longemfyseem). Zijn vrouw Trui zal enige tijd daarna haar leven zelf beëindigen.

[copyright 1990 drs. n.c.m. roovers]