Uit het boek" Een nieuwe Synthese" met bijdrage van  Gerda Brethouwer
Test uit het boek “Een nieuwe Synthese ”SDU uitgeverij Den Haag
Artikel geschreven door Gerda Brethouwer

Januari 1914 in Waalwijk geboren, zijn vader en grootvader waren notaris en ook Ittmann werd hier aanvankelijk voor opgeleid.
In 1941 brak hij echter zijn studie af om zich volledig aan de beeldende kunst te kunnen wijden. Hij had in zijn jeugd al veel getekend en vanaf het midden van de jaren dertig schilderde hij in een atelier in Amsterdam.
Zijn werk was in deze tijd figuratief, met classistische invloeden . Na beeindiging van zijn studie,nam hij tot 1943 beeldhouwles bij Cephas Stauthamer.

Van 1946 tot 1949 verbleef hij met een studiebeurs van de Franse regering in Parijs, waar hij tot 1948 de Ecole des Beaux Arts bezocht.
Hier kreeg hij ondermeer les van de beeldhouwer Gimondeau. Daarna werkte hij tot zijn terugkeer naar Nederland op het atelier van de Russische beeldhouwer Ossip Zadkini.

In deze periode kenmerkte zijn beelhouwwerk door een diversiteit aan stijlen.
Voor het merendeel van de beelden die hij voor 1950 maakte, diende de menselijke gestalte als uitgangspunt.
Zijn keramiek en gipsplastieken uit deze tijd zijn vaak uitbundig en anekdotisch van aard.Ze laten mensen zien die tot bloemenvazen en schalen zijn gedeformeerd.

In zijn majolica-keramiek uit deze jaren is een verwijzing naar oude cultuur  aanwijsbaar. Ingetogen is een houtenbeeld van een zittende man uit dezelfde periode. Dit werk is sterk gestileerd van vorm.

Naast zijn beelden bleef lttmann schilderijen maken. Gedurende zijn Parijse periode ging hij zich meer toeleggen op de expressieve werking van de vorm. Soms herinnert zijn werk aan de neo-classcistische schilderijen van Pablo Picasso. terwijl ook invloed van Massimo Campigli aanwijsbaar lijkt.

Ittmann stileerde en deformeerde zijn figuren op vergelijkbare wijze.
Daarnaast zocht hij naar een verhoogde expressiviteit van zijn coloriet: hij maakte ook aquarellen van stads- beelden in stralende kleuren, in een handschrift dat herinnert aan Raoul Dufy.

Ook het ornamentele ging een grotere rol spelen, waarbij hij een duidelijke voorkeur voor geometrische decoratieve elementen aan de dag legde.
Zijn gebruik van geometrische ornamenten en zijn verwijzingen naar primitieve culturen lijken Ittmanns antwoord te zijn geweest op de ideeen van de Cobra-groep die ook haar invloed op zijn werk liet gelden.
Evenals de kunst van Cobra vond Ittmans beeldhouwwerk bij de pers weinig waardering.
Zo omschreef de criticus van de Volks- krant het werk Economie, een beeld van ongeveer 2,5 meter hoog, dat op de tentoonstelling Mijlpaal 1950 te zien was, als: een wanschapen Banaan met Kikvorskop en daarin, als het ware geplaatst op pistoollopen, twee ogen als eidooiers.

In 1951 werd lttmann lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Creatie, waar hij Wim Crouwel, Herman van der Heide, Juul Neumann en Wim Strijbosch leerde kennen. Met hen vormde hij een wekelijks tekengroepje.

Op de meeste exposities die Creatie tot haar opheffing in 1954 organiseerde, was hij met werk vertegenwoordigd.
Helaas heeft Ittmann zijn werk na 1950 niet meer gedateerd, waardoor zijn ontwikkeling op grond van recensies en herinneringen van tijdgenoten moet worden gereconstrueerd.
Duidelijk is dat zijn werk tijdens de Creatie-periode volledig abstract werd.
In 1950 werd bij als schilder in de pers gekenschetst als een jonge veelbelovende kunstenaar met gevoel voor kleur, die zich in een experimentele fase bevond.
In de periode waarin Creatie 54 als groep opging in de Nieuwe Liga Nieuw Beelden, dat wil zeggen in 1955, kon men weinig waardering meer opbrengen voor zijn toen totaal abstract geworden schilderijen.
lttmann was zich steeds meer gaan toeleggen op experimenten met kleur en vorm, lijn en ritme.
Hij maakte in deze periode vooral gouaches en mono- prints, in een expressieve en experimentele trant, die wel beinvloed lijkt te zijn door zijn mede Creatie-lid Piet Ouborg

In 1954 was Ittmann èèn van de initiatiefnemers die binnen Creatie pleitten voor een hereniging met Vrij Beelden. Hij nam deel aan een serie bijeenkomsten waarop deze fusie werd voorbereid.
In 1955 resulteerden deze voorbereidingen in de oprichting van de Liga Nieuw Beelden.
lttmann is tijdens de eerste jaren actief bij het beleid van de Liga betrokken geweest.
Zijn pogingen om de Liga in te zetten bij het verwerven van opdrachten, brachten hem meerdere malen in conflict met zijn medebestuursleden.

Voor de eerste tentoonstelling van de Liga.” Architectuur en Beeldende Kunst. ontwierp lttmann in 1955 met Constant, Van der Heide en André Volten vitrines, haakwerken en ruimtelijke constructies van metaal en plexiglas voor de plastieken van de exposerende kunstenaars.
In 1956 verzorgde hij samen met Armando en Neumann de Liga,tentoonstelling in de Glashof in Leerdam.

Aan het einde van de jaren vijftig nam hij deel aan de studiegroep Stedelijke ruimten. In deze groep werkten kunstenaars en architecten samen aan ontwerpen die in Amsterdam uitgevoerd konden worden. lttmann maakte samen Neumann en de architect Gawronski een ontwerp voor ze het Surinameplein.
Het plan bestond uit een ruimtelijke constructie - een driepotige bok - waarvan de poten uit lichtgekleurd en gezandstraald beton bestonden en bijeen werden gehouden door een stalen ring. Deze ring werd verlicht door fluoriserende buizen en fungeerde als energiebron voor trams, lichtmasten, wegwijzers. etcetera.
Het ontwerp werd voorgelegd aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. die het echter niet lieten uitvoeren.

Het vrije werk van Ittmann ging tijdens de Liga-periode langzamerhand een andere richting uit.
Voor 1955 maakte hij massieve houten beelden, die herinneren aan het werk van Henri Moore en Hans Arp.
Uit deze houten vormen werd steeds meer materiaal weggenomen.

Omstreeks 1955 ging hij over op een assemblerende wijze van werken in metaal, De vrij massieve stalen plastieken uit deze periode waren gelast en beschilderd. Deze werken werden steeds openen van karakter waarbij lttmann een drie- dimensionaal antwoord op de schilderijen van Joan mild leek te willen geven.
Ook het werk van Alexander Calder lijkt daarbij voor hem van belang te zijn geweest .
Vanaf ongeveer 1956 kreeg zijn werk steeds meer verwantschap met dat van de constructivisten
Naum Gabo  en Antoine Pevsner.


Zijn metalen draadplastieken werden tot ruimtelijke constructies waarvan enkele, geheel in overeensteming met de idealen werden geplaatst in een architect- turale omgeving .
Zo maakte hij in 1956 een metalen relief voor het zendergebouw van de wereldomroep in Lopik, en in ' 1957-58 vrije metaalplastieken voor de Technische Hogeschool in Eindhoven en de Landbouwhuishoudschool in Nieuwe Pekela.

Na 1960 heeft Ittmann nog vele monomentale opdrachten in deze stijl uitgevoerd
.
In Ittmanns schilderijen trad in de Ligaperiode een versobering op.
Aanvankelijk schilderde hij in een aan Paul Klee verwante stijl.
In zijn nog schilderachtige werken uit deze periode zijn vaak al geometrische vormen en lijnen als decoratieve elementen opgenomen.
Daarna maakte hij een serie doeken, waarop verschillende min of meer geometrische gekleurde vormen in aaneengesloten configuraties op een fel gekleurd fond zijn geplaatst .
Aan het eind van de jaren vijftig ontwikkelde hij een compositiewijze die geinspireerd lijkt op de suprematistische schilderijen van
Kasimir Malevitch.

In tegenstelling tot deze schilder gebruikte lttmann echter nooit volledige rechthoeken of vierkanten. Zijn eigen vormen lijken eerder op papiersnippers die op willekeurige wijze op een egale ondergrond zijn geplaatst.

Alhoewel hij in een aantal werken vrijwel dezelfde kleuren) gebruikte als Malevitch, maakte hij over het algemeen ook felle contrasten met elkaar combineerde.
Omstreeks 1960 ging Ittmann weer over tot een meer expressieve schilderstrant.
In de “Action Painting”die hij direct na 1960 maakte, is de invloed van Jackson Pollock onmiskenbaar

Enkele jaren voor zijn dood keerde lttmann terug tot een naturalistische schilder-en beeldhouwwijze.

SELECTIE VAN TENTOONSTELLINGEN TUSSEN 1945 EN 1960
1948 kunstzaal Bennewitz, Den Haag.
Internationaal Cultureel Centrum, Paviljoen Vondelpark. Amsterdam.
1949 Kunsthandel Santje Landweer Amsterdam.
1954 Boekhandel St. Martijn, Voorburg.

GROEPSTENTOONSTELLINGEN

OVER DE KUNSTENAAR
W. Stokvis, (red.). De doorbraak van de moderne kunst In Nederlands.
De jaren 1945-1951, Amsterdam 1984.
A. Venema' Hans lttmann (1914-1972). Amsterdam (Weber Art) 1982.